Werknemers die ziek uit dienst gaan bij een eigenrisicodrager voor de Ziektewet, weten soms niet goed bij welk ‘loket’ zij moeten zijn als er problemen/perikelen spelen rondom de Ziektewetuitkering. Eerder schreef ik al eens over een betrokkene die de eigenrisicodrager voor de Ziektewet in een kortgedingprocedure betrok, omdat de ERD de ziektewetuitkering niet betaalde. De kortgedingrechter verwees de betrokkene vervolgens weer naar het UWV om betaling te vorderen van zijn Ziektewetuitkering. Zie: https://maok.nl/juridisch/loket-perikelen-in-kort-geding-afdwingen-dat-erd-zw-een-zw-uitkering-betaalt/
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 maart 2026 (ECLI:NL:RBGEL:2026:1607) verwees de bestuursrechter de betrokkene juist weer naar de eigenrisicodrager voor de Ziektewet om zijn schade als gevolg van een onrechtmatige hersteld melding te verhalen.
Wat speelde er?
In deze zaak is het recht op Ziektewet door het UWV met ingang van 23 augustus 2010 geëindigd, omdat de eigenrisicodrager de betrokkene indertijd hersteld heeft gemeld. In februari 2021 (!), elf jaar later, heeft de betrokkene het UWV verzocht terug te komen op het besluit uit augustus 2010 waarin het recht op Ziektewet is geëindigd. Naar aanleiding van dit verzoek heeft het UWV in 2021 aan de verzekerde een IVA-uitkering toegekend met ingang van 10 februari 2020. De betrokkene dient vervolgens een schadeverzoek in bij het UWV: volgens de betrokkene is het besluit uit augustus 2010 onrechtmatig, omdat met de IVA-toekenning wordt teruggekomen op de hersteld melding (door de ERD).
De betrokkene stelt dat hij door het onrechtmatige besluit om zijn Ziektewet te beëindigen schade heeft geleden: door de nabetalingen van de IVA-uitkering heeft hij namelijk meer inkomstenbelasting moeten betalen, een lager bedrag aan huur- en zorgtoeslag ontvangen én de gemeente Apeldoorn bijstand terug moeten betalen vanwege een erfenis die hij destijds heeft ontvangen. In totaal zou de schade een bedrag van € 15.808 zijn.
Het UWV heeft het schadeverzoek afgewezen, omdat zij vinden dat de betrokkene bij de eigenrisicodrager moet zijn. Het is immers de eigenrisicodrager die op grond van artikel 63a Ziektewet de verantwoordelijkheid draagt met betrekking tot Ziektewetbesluiten en de betrokkene ten onrechte hersteld heeft gemeld.
Beroep bestuursrechter
In beroep bij de bestuursrechter herhaalt de betrokkene zijn standpunt dat het UWV de door hem geleden schade moet vergoeden, maar de bestuursrechter volgt het UWV en verwijst de betrokkene naar de eigenrisicodrager.
“(…)
Het onrechtmatige besluit is immers niet terug te voeren op handelen of nalaten van het UWV, maar van [naam bedrijf] als eigenrisicodrager. Zoals het UWV terecht opmerkt, draagt [naam bedrijf] de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding van besluiten, het betalen van ziekengeld en verzekeringsgeneeskundige onderzoeken. Eventuele misslagen of nalatigheden met betrekking tot de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid komen daarom voor rekening van [naam bedrijf] en niet van het UWV. Voor zover het betalen van meer inkomstenbelasting, een lager bedrag aan huur- en zorgtoeslag, het terugbetalen van bijstand en de wettelijke rente het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg zijn van het ten onrechte beëindigen van het ziekengeld van verzoeker per 23 augustus 2010, zijn deze niet het gevolg van het besluit van 24 augustus 2010. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding meer voor beantwoording van de vraag of de schade voor vergoeding in aanmerking komt.
(…)”
Deze uitspraak van de rechtbank is m.i. opvallend, omdat het UWV bij (veel) beslissingen die de ZW-ERD mag nemen op grond van de wet (meer specifiek: de Regeling werkzaamheden en administratieve voorschriften) zich ervan moet verzekeren dat de voorbereiding van een ZW-beslissing door een ERD op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Als dat niet het geval is geweest, dan zal het UWV op grond van artikel 63a lid 3 ZW veelal alsnog de betaling overnemen van de ERD en de kosten daarvan verhalen op de ERD (zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de centrale Raad: ECLI:NL:CRVB:2016:1042). Bovendien dient het UWV zich ervan te verzekeren dat de beslissingen van een ERD zorgvuldig zijn genomen, dat heeft het UWV bij deze betrokkene in 2010 kennelijk niet gedaan.
Zou dat naar analogie niet ook het geval moeten zijn ten aanzien van een schadeverzoek van een betrokkene bij wie achteraf blijkt dat de beslissing om de uitkering te beëindigen niet juist was?
